
René Paas
Gepubliceerd op 8 mei 2026
Waar zal ik eens beginnen? Misschien maar gewoon bij hoe het hier allemaal begint. Met de eerste Faber die heeft ‘veroorzaakt’ dat de combinatie hotel-Faber nu al generaties bestaat. Die eerste Faber kocht Hotel Hoogezand, zoals het toen heette, in 1901. En inmiddels is de vierde generatie Faber hier nog altijd hotelier.
Al kun je ook zeggen dat het de vijfde generatie is. Want de ouders van ‘founding father’ Marten Faber hadden een hotel aan de Oosterhaven in Groningen. Ik denk dat hotelier-zijn intussen gewoon deel uitmaakt van het DNA van de Fabertjes.
Al in 1726 stond hier een logement, zoals dat toen heette. Een logement dat, het kost in deze tijd toch wat verbeeldingskracht, aan de hoofdroute naar Duitsland lag. Langs het Winschoterdiep. Het geeft aan wat er in de afgelopen eeuwen allemaal is veranderd.

Woekeren
Een hotelier moest in die tijd - maar is dat eigenlijk niet nog zo - woekeren met zijn talenten om de zaak draaiende te houden. Om die reden was het hotel niet alleen de plek waar de gemeenteraad vergaderde. Politiek en horeca: een klassieke combinatie!
Maar vond er ook rechtspraak plaats. De hotelbaas trad tijdens die dagen in een dubbelrol op, want hij was ook cipier. Die man die zijn gasten opsloot in cellen in de kelder. Hotel Faber vertoonde dus een opvallende gelijkenis met Hotel California, van The Eagles: 'You can check in anytime, but you can never leave’. De voorgangers van de familie Faber waren dus sterk in klantenbinding. Er was hen er veel aan gelegen om gasten zo lang mogelijk vast te houden.
Die man die zijn gasten opsloot in cellen in de kelder.
Die veelzijdigheid van het vak hotelier komt ook vandaag de dag terug in Hotel Faber. Want er zijn niet alleen 18 hotelkamers, er is ook een café-restaurant, er zijn zalen voor partijen en vergaderingen. Zalen voor dansavonden. Voor de repetitie of uitvoering door toneelverenigingen. De musical van de basisschool. Het zangkoor. En er zijn kegelbanen.
En dan is mijn opsomming nog niet compleet. Eerder was het hotel ook de spil in kermissen. De ‘Paaskermis’ vond altijd plaats op het terrein van het hotel. Dat vinden ze in mijn familie een aansprekende gedachte. En hier was de eerste bioscoop van Hoogezand.
Vernieuwing
Het geeft allemaal aan op hoeveel manieren Hotel Faber in de loop der jaren een manier vond om mensen uit het dorp en omtrek aan zich te binden. Om een hotel te blijven met een hoge bezetting. Uit heel het land en daarbuiten.
Op deze plek is al 300 jaar een hotel. Genoeg om terug te kijken dus. Tegelijk zien we om ons heen dat het hotel helemaal bij de tijd is. Want alleen vernieuwing kan behouden. Op het parkeerterrein staan bijvoorbeeld laadpalen voor elektrische auto’s. En het hotel biedt stageplaatsen voor studenten van het Noorderpoort College. Dus ook aan de toekomstige generatie hoteliers wordt hier gewerkt. Terwijl een van de medewerkers in vaste dienst hier al 35 jaar werkt. Ervaring en ambitie in één personeelsbestand.
Hotel Faber heeft als adres de Meint Veningaweg. Een straat dus die vernoemd is naar Meint Veninga. Hij was bakker en lid van het verzet. Hij werd op 5 oktober 1944 bij een overval samen met ander verzetslieden vermoord door de SD. Aan de overkant, in de Stille Hof, ligt zijn graf. De Stille Hof, die ook nu nog als begraafplaats dienstdoet. En waarbij Hotel Faber soms een zaal opent voor een uitvaartceremonie. Want het zijn niet altijd leuke dingen, maar ook de niet-leuke dingen zorgen ervoor dat je verankerd raakt op een plek. Zoals hier.

Beste familie Faber,
Alle lof dat jullie dit familiebedrijf zo in bloei houden. Dat jullie erin slagen om de laatste jaren de omzet te laten stijgen. Door te laten zien wat de kracht van een familiebedrijf is. Flexibel zijn, snel kunnen schakelen, nabij zijn van veel markten thuis zijn. En nooit gaan voor de snelle winst, maar blijven investeren in de toekomst van de volgende generaties.
Er is reden genoeg voor een feest. Reden genoeg om iedereen te complimenteren met die 125 jaar vol prachtige prestaties. Ik mag daarbij zelfs een ‘royaal’ gebaar maken. Want ik mag bekend maken dat Koning Willem-Alexander Hotel Faber, het Predicaat Hofleverancier heeft toegekend. Namens de Koning mag ik de bijbehorende oorkonde uitreiken. Ik feliciteer alle aanwezigen, iedereen die vandaag of vroeger voor Hotel Faber werkte, van harte.
een nog veel exclusievere club
Ik neem de tijd om even uit te leggen hoe bijzonder dit is. Laat ik even wat feiten en cijfers noemen. Er worden per jaar ongeveer 4.000 koninklijke onderscheidingen uitgereikt aan personen. Laat je dus door het woord ‘lintjesregen’ niet in de war brengen. Van de 18 miljoen Nederlanders hebben er ruim 100.000 een lintje. Ongeveer een half procent! De andere 99,5% van de Nederlanders is niet koninklijk onderscheiden. Dus het is behoorlijk bijzonder.
Maar wie hofleverancier wordt, treedt toe tot een nog veel exclusievere club. Het aantal hofleveranciers is ruim 700. Niet per jaar. Maar in totaal. En vandaag komt er dus eentje bij. Ik mag dus ook niet vaak zo’n certificaat uitreiken. Ook voor mij is het een bijzonder moment. Want het predicaat Hofleverancier krijg je niet zomaar. Je moet minstens honderd jaar (of 125, of 150) bestaan (en dat halen de meeste bedrijven echt niet). Je moet een vooraanstaande positie innemen in je regio. Je bedrijf moet financieel gezond zijn. En van onberispelijk gedrag, net als de bestuurders. Het hele bedrijf wordt binnenstebuiten gekeerd, waarbij talloze mensen en organisaties meekijken. Een zware procedure die ongeveer een jaar in beslag neemt. En Hotel Faber heeft dat allemaal glansrijk doorstaan.
Hagelslag
Ik zou het Hotel Faber gunnen als de leden van de Koninklijke Familie vanaf vandaag hier kind aan huis zouden zijn. Dat de reguliere gasten van het hotel hier ’s morgens regelmatig prinsessen en hofdames treffen, die net als zij genieten van een croissantje, een fruithapje of een boterham met hagelslag.
Maar het predicaat ‘hofleverancier’ betekent dus iets heel anders. Namelijk dat Hotel Faber een heel bijzonder bedrijf is. Dat wist iedereen hier natuurlijk al lang. Maar als de Koning het zegt, wordt het toch nét een beetje meer waar.
Ik wens Hotel Faber, Frank en Inette, hun dochters en alle medewerkers alle goeds toe voor de toekomst. En ik feliciteer hen hartelijk met de nieuw verworven status. Die van Hofleverancier.